Hyperthyreoïdie 2020-01-16T15:37:59+00:00

Hyperthyreoïdie bij de kat

Hyperthyreoïdie is een aandoening waarbij de schildklier te snel werkt en is een van de meest voorkomende hormonale aandoeningen bij de kat. Meestal ontstaat het bij katten ouder dan 10 jaar, maar een enkele keer kan een te snel werkende schildklier ook bij jongere katten ontstaan (+/- 4 jaar). De schildklier is een orgaantje wat aan beide kanten naast de luchtpijp van de kat ligt.

Soms kunnen we bij een kat met Hyperthyreoïdie een zwelling naast de luchtpijp voelen. Bij een gezonde kat is de schildklier niet te voelen. Het is niet zo dat als we de schildklier niet voelen dat de kat geen Hyperthyreoïdie kan hebben. De schildklier maakt een hormoon aan, ook wel T4 genoemd, en dit hormoon heeft op bijna alles in het lichaam invloed. Bij katten met Hyperthyreoïdie maakt een tumortje te veel T4 aan. In ongeveer 98% van de gevallen gaat het hierbij om een goedaardige zwelling. De kat krijgt klachten doordat het tumortje te veel hormoon T4 produceert.

Symptomen

  • Onrust
  • Vermageren, ondanks goede eetlust
  • Toegenomen eetlust
  • Braken en/of diarree
  • Pupd (meer drinken en meer plassen)
  • Zwakte (meer gaan liggen)

Therapie

Medicatie

Dit is de meest toegepaste therapie. We geven thiafeline, felimazole tabletten of carbimazole oorzalf. Wat de medicatie doet is de aanmaak van T4 remmen. Hierdoor wordt er minder T4 gemaakt en wordt de kat klachten vrij. Het is een levenslange behandeling. De oorzalf wordt ingezet bij katten die geen tabletten willen innemen. Deze behandeling wordt het meeste ingezet, omdat het een niet ingrijpende behandeling is en goed door katten wordt verdragen. In de eerste weken kunnen er bijwerkingen optreden, zoals: braken, diarree en verminderde eetlust.

Radioactief jodium

Bij deze behandeling maken we de tumorcellen kapot en is de kat na de behandeling genezen. In tegenstelling tot de medicatie die alleen de symptomen bestrijdt door de T4 aanmaak te remmen, heeft deze behandeling een genezend effect. De tumor verdwijnt. Voorafgaand aan deze behandeling wordt vaak eerst bovengenoemde medicatie ingezet. Dit doen we om de T4 te laten dalen en zo een inzicht in de nierfunctie te krijgen.

Veel katten met een verhoogde T4 hebben ook een verminderde nierfunctie die we niet kunnen vaststellen zolang de T4 waarde in het bloed verhoogd is. Bij een verminderde nierfunctie is radioactief jodium niet altijd de aangewezen behandeling. Is de nierfunctie goed dan krijgt de kat bij een specialistische kliniek een injectie met radioactief jodium. Dit jodium dood de tumorcellen. De gezonde schildkliercellen worden niet aangetast. Als er geen tumorcellen meer zijn, dan wordt er ook niet een teveel aan T4 meer aangemaakt en is de kat weer klachten vrij. Omdat de kat enkele dagen radioactief blijft moet de kat opgenomen worden in een specialistische kliniek. Hoe lang de kat moet worden opgenomen hangt af van de thuis situatie (dit is langer als er kleine kinderen in huis zijn of bij zwangere vrouwen).

Voeding

Er is dieetvoeding waar minder jodium in zit. Het werkingseffect is dat de schildklier jodium nodig heeft om T4 aan te kunnen maken. Zit er minder jodium in de voeding dan zal er ook minder T4 aangemaakt worden en kan de kat klachten vrij worden. De kat mag alleen maar deze speciale dieetvoeding eten. Ook dit is een levenslange behandeling.

Operatie

Voorafgaand aan een operatie wordt vaak een schildklierscan gemaakt (scintigrafie), om in beeld te brengen of er een eenzijdige- dan wel tweezijdige schildkliertumor aanwezig is. Soms zijn die tumortjes maar ter grootte van een speldenknop en met het blote oog niet zichtbaar. Daarna wordt de aangedane schildklier verwijderd. Bij deze operatie is het van levensbelang dat de bijschildklieren niet verwijderd worden. De bijschildklieren zijn erg belangrijk voor de calciumhuishouding. Helaas kan er na de operatie altijd weer een nieuw tumortje ontstaan.

Een kat met Hyperthyreoïdie kan met behandeling nog jaren een kwalitatief goed leven lijden. Bij deze aandoening geldt wel dat hoe eerder de behandeling wordt ingezet hoe minder schade aan de organen kan optreden. We zien bij katten met Hyperthyreoïdie regelmatig onherstelbare schade aan hart en nieren. Hierbij geldt dat hoe langer de invloed van de verhoogde T4, hoe meer invloed op de organen. Dus hoe langer de invloed van de T4, hoe meer kans dat de schade onherstelbaar is. Ondanks behandeling van de schildklier kan deze schade zo ernstig zijn dat de kat daar aan kan overlijden.

Senioren check

Omdat de klachten bij Hyperthyreoïdie vaak niet heel duidelijk zijn en ook vaak aan ouderdom worden toegeschreven, bieden wij een seniorencheck aan. Bij katten boven de 8 jaar wordt er dan naast een uitgebreid lichamelijk onderzoek ook een bloed-, urineonderzoek en bloeddrukmeting gedaan. De bedoeling hiervan is om ziektes voortijdig/in een vroeg stadium, op te sporen en te behandelen. Alles met het doel om uw kat zo lang en gezond mogelijk te houden.

Hieronder beschrijven we enkele aandoeningen die door Hyperthyreoïdie kunnen ontstaan.

Verhoogde bloeddruk (Hypertensie)

Zo’n 20% van de katten, met een Hyperthyreoïdie, hebben een verhoogde bloeddruk. Doordat de T4 invloed heeft op de stofwisseling en op de hartfrequentie, kan de bloeddruk verhogen. Een verhoogde bloeddruk kan tot blindheid, hart- en nierfalen lijden. De bloeddruk is bij katten redelijk eenvoudig te meten en wordt door katten goed geaccepteerd. We gebruiken hiervoor een doppler bloeddrukmeter. Doordat stress een grote invloed op de bloeddruk heeft, en katten op de behandeltafel vaak stress ervaren, doen we vaak meerdere metingen.

We nemen rustig de tijd en we meten vaak meerdere malen de bloeddruk. Zo krijgen we een reëel beeld van de bloeddruk en filteren we de invloed van stress eruit. De bloeddruk bij gezonde katten ligt rond de 130-140mmHg. Boven de 180mmHg spreken we van hypertensie en wordt een behandeling ingesteld. Bij katten met Hyperthyreoïdie zien we wel eens waardes van 240mmHg! Meestal is het behandelen van de Hyperthyreoïdie voldoende, maar soms moeten we extra medicatie inzetten om de verhoogde bloeddruk voldoende te laten dalen.

Hypertrofische cardiomyopathie (HCM)

HCM is een aandoening waarbij de hartspier verdikt is. Vaak merken we helemaal niks aan de kat, maar HCM is een zeer ernstige hartaandoening die dodelijk kan zijn. HCM wordt niet alleen veroorzaakt door Hyperthyreoïdie, maar is ook een erfelijke hartafwijking die bij meerdere kattenrassen voorkomt. Bij Hyperthyreoïdie zorgt de T4 voor een verhoogde hartslag, omdat het hart harder klopt (harder moet werken) kan de hartspier verdikken. Soms kunnen we een hartruis horen, maar niet alle katten met HCM hebben een hartruis. De dikke hartspier zorgt ervoor dat het hart minder goed kan werken en kan uiteindelijk tot hartfalen lijden.

Bij behandeling van de Hyperthyreoïdie kan de verdikking van de hartspier weer verdwijnen. Dit is afhankelijk van hoelang de hartspier al onder invloed is van de T4 en of er al hartfalen zijn opgetreden. Bij hartfalen zien we klachten, zoals: vochtstapeling in de borstholte (hydrothorax), vochtstapeling in de buik (ascites), trombose in de achterpoten (wat verlamming tot gevolg heeft) en soms ook trombose in de hersenen.

We kunnen HCM aantonen met echografisch onderzoek. Als er sprake is van HCM adviseren we ook altijd bloedonderzoek bij de kat te doen om Hyperthyreoïdie uit te sluiten.

Nierfalen

Bij Hyperthyreoïdie kan door de verhoogde bloeddruk schade aan de nieren optreden. Toch kan dit in het eerste bloedonderzoek niet altijd aangetoond worden. Doordat de verhoogde T4 zorgt voor een verhoogde doorbloeding van de nieren kunnen de nierwaarden in het bloed soms goed zijn, terwijl de nieren wel beschadigd zijn.

Het advies is om dan eerst de schildklier te behandelen en als de waarde van de T4 normaal is om dan nogmaals de nierwaardes te bepalen. Als de T4 weer normaal is zal de doorbloeding van de nieren lager zijn en dan kan een eventueel nierfalen in het bloed zichtbaar worden. Dit nierfalen is vaak blijvend en zal dan ook naast de behandeling van de schildklier behandeld moeten worden.

X