Allergie 2020-02-27T11:59:25+00:00

Allergie bij de hond

Allergieën komen veelvuldig voor bij honden. Gelukkig hebben we steeds betere testen om deze allergieën aan te tonen, maar ook hebben we steeds betere behandelmogelijkheden om de allergie onder controle te krijgen. Er zijn betere en ook minder belastende medicatie om de allergieën te onderdrukken. Ook komen er steeds betere hypoallergene voedingen op de markt. Door de betere behandelmogelijkheden hebben honden met een allergie een veel betere kwaliteit van leven en kunnen deze honden in de meeste gevallen klachten vrij zijn.

Allergieën kunnen in 4 groepen ingedeeld worden.
1. Vlooienallergie
2. Atopie
3. Voedingsallergie
4. Contactallergie

1. Vlooienallergie

Honden reageren allergisch op het speeksel van de vlo. Als de vlo bijt en dus ook bloed zuigt kan dit een reactie van de huid geven en gaat vaak gepaard met jeukklachten.

Symptomen

Een vlooienallergie gaat bijna altijd gepaard met jeuk. Vaak hebben deze honden ook kale plekken, kleine korstjes (miliaire dermatitis) op de huid. Met name in de regio; lage rug, staart basis en de liezen.

Diagnose

Een bloedonderzoek/proefondervindelijk: als de dierenarts vlooien vindt, en/of de jeuk en huidklachten verdwijnen bij behandeling met een anti-vlooienmiddel gaan we uit van een vlooienallergie.

Therapie

Een overgevoeligheid voor vlooien is makkelijk op te lossen/te voorkomen door een goed anti-vlooienmiddel te gebruiken. Veel eigenaren gebruiken alleen een vlooienmiddel gedurende het voorjaar en zomer, maar de laatste jaren zien we ook in de winter vaak veel vlooien en dus ook in deze periode veel honden met huid- en jeukklachten. Dit komt enerzijds doordat eitjes in huis uitkomen door warmte (verwarming gaat in het najaar weer aan), maar ook door minder strenge winters. Hierdoor vriezen de vlooieneitjes niet dood en kunnen er dus weer nieuwe vlooien uitkomen.

Ons advies is om 12 maanden per jaar een anti-vlooienmiddel te gebruiken.

Onze assistentes kunnen u vertellen welke middelen er op de markt zijn (tabletten/pipetten/banden).

2. Atopie

Atopie is een allergie die veroorzaakt wordt door stoffen in de omgeving (bij mensen word dit hooikoorst genoemd), bijvoorbeeld: graspollen, huisstofmijt, bomen, grassen, andere diersoorten (kat/konijn).

Atopie is een veel voorkomende allergie bij honden. Het kan seizoensgebonden klachten geven, maar ook het gehele jaar door klachten geven. Met name een allergie voor bomen, planten en pollen zullen in het voorjaar en in de zomer meer klachten geven.

Symptomen

Jeukklachten aan de kop, hals regio, oksels, buik en poten. De huidklachten kunnen roodheid, korstjes, verdikking van de huid en veel oorontstekingen geven.

Diagnose

Een atopie is aan te tonen door middel van een bloedonderzoek en eventueel een huidtest.

Behandeling

Er zijn meerdere behandelmogelijkheden, namelijk; desensibilisatie, ciclosporine, allergenen vermijden indien mogelijk, corticosteroïden, injectie (cytopoint).

Erfelijkheid

Atopie is een erfelijke aandoening en dus komt deze allergie bij bepaalde rassen vaker voor. Rassen die gevoelig zijn voor een atopie zijn: Retrievers, West Highland White Terriër, Boxer, Duitse herder en de Sharpei.

3. Voedingsallergie

Ook deze vorm van allergie zien we regelmatig bij de hond. 10-20% van de honden in Nederland heeft deze vorm van allergie. De hond is allergisch voor de eiwitbron in de voeding. Dit kunnen zowel plantaardige als dierlijke eiwitten zijn. Honden kunnen jaren op het zelfde voer staan en dan alsnog een allergie ontwikkelen voor het eiwit in de voeding.

Symptomen

Jeuk, meestal het hele jaar door. Jeuk komt voor over het gehele lichaam, maar kan ook lokaal op de kop, oren, poten en oksels ontstaan. Ook zien we vaak honden die geen huidklachten, maar maag-darmklachten hebben. Dit uit zich in braken, diarree en buikpijn. Ook chronische oorontstekingen zien we regelmatig bij een voedselovergevoeligheid.

Huidklachten zoals: roodheid van de huid en huidverdikkingen (olifantshuid), korsten en hotspots.

Diagnose

Deze vorm van allergie is lastiger aan te tonen, omdat er geen betrouwbare testen zijn. We moeten gaan uitzoeken voor welke eiwitbron de hond allergisch is. Dit doen we door een hypoallergeen dieet te voeren, minimaal 6 weken, maar soms zelfs 12 weken. Hierbij mag de hond niks anders eten (ook niks van de straat). Een hypoallergene voeding kan een commercieel dieet zijn, zoals: brok, vers vlees en worst, of het kan een eliminatiedieet zijn (een dieet waarbij de eigenaar zelf een maaltijd gaat koken). Een eliminatiedieet bestaat uit een koolhydraatbron (pasta/rijst/aardappels) en een eiwitbron (vlees). De eiwitbron is het liefst éénb die de hond nog niet eerder heeft gehad, zoals: hert, eend, kwartel of geit. Na 6-12 weken gaan we beoordelen of de hond klachtenvrij is.

Therapie

Is de hond na die 6-12 weken klachtenvrij, dan zetten we de hond terug op het oude voer. Komen de klachten dan weer terug, dan hebben we een voedselovergevoeligheid aangetoond. Het advies is dan om de hond levenslang op een hypoallergeen dieet te gaan zetten. We proberen dan een commercieel dieet te vinden waar de hond geen klachten van heeft.

Helaas zien we regelmatig honden die zowel een voedselallergie als een atopie hebben. Deze honden reageren vaak wel iets op een hypoallergeen dieet, maar vaak onvoldoende en dan is de volgende stap om een bloedtest te doen.

4. Contactallergie

Dit is een niet veelvoorkomende allergie die ook heel lastig is om aan te tonen. Het is letterlijk het allergisch reageren op iets wat de huid aanraakt. Denk daarbij aan wasmiddelen, vloerbedekking, voerbakken, etc. Het kan een hele zoektocht zijn om deze allergie op te sporen. De jeuk- en huidklachten zitten op de plekken die contact maken, zoals: bij een allergie voor vloerbedekking zien we vaak klachten op de buik, bij een allergie voor een voerbak (metaal/plastic) zien we reactie op de lippen.

Bij alle allergieën geldt dat we niet alleen de allergie moeten aanpakken, maar ook regelmatig de huidklachten, infecties, secundaire gistinfectie en oorontstekingen die de allergie veroorzaken moeten behandelen. Soms gebeurt dit door wassen, lokale behandeling met antibiotica, corticosteroïden en soms zelfs met een antibioticakuur.

X